Oude nieuwsberichten
Bericht 11-12-2012
EU onderneemt actie tegen belastingontwijking en –ontduiking
Op 6 december 2012 heeft de Europese Commissie (EC) een actieplan gepresenteerd om belastingontduiking en –ontwijking tegen te gaan. Het actieplan bestaat uit een Mededeling (COM(2012)722 final) en twee Aanbevelingen (C(2012)8805 en 8806 final).
De mededeling bevat voorstellen voor de korte en lange termijn. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan een gedragscode voor de belastingplichtige, een fiscaal identificatienummer op EU-niveau, een herziening van de antimisbruikbepalingen in de fiscale richtlijnen en gemeenschappelijke richtsnoeren voor het traceren van geldstromen.
Met betrekking tot de fiscale richtlijnen wil de EC het bereik van, bijvoorbeeld, de Moeder-dochterrichtlijn beperken door de toepasselijkheid afhankelijk te stellen van de belastbaarheid in de bronstaat.
Dit zal met name gevolgen hebben voor hybride entiteiten en hybride leningen. Wanneer, bijvoorbeeld, de tegenprestatie voor een lening in de bronstaat als aftrekbare rente wordt gekwalificeerd, maar in het land van de ontvanger als dividend, zal de Moeder-dochterrichtlijn buiten toepassing worden gelaten om dubbele voordelen (double dips) te voorkomen.
De Gedragscode voor de belastingregeling van ondernemingen (Code of Conduct on Business Taxation; of de Primarolo-groep) wordt nieuw leven ingeblazen. De EC roept de lidstaten op om snel tot
effectieve oplossingen te komen om belastingontwijking tegen te gaan. De EC zet haar oproep kracht bij door wetgevingsvoorstellen van de EC in het vooruitzicht te stellen wanneer de lidstaten geen gehoor geven aan de oproep. Bovendien acht de EC het wenselijk dat de Gedragscode wordt uitgebreid tot vermogende particulieren.
De twee aanbevelingen hebben betrekking op belastingparadijzen en agressieve fiscale planning. Lidstaten worden opgeroepen een zwarte lijst aan te leggen met belastingparadijzen in derde landen en de (eventueel) bestaande belastingverdragen met deze landen te heronderhandelen. Daarnaast wordt lidstaten verzocht een algemene anti-misbruikregel in te voeren op basis waarvan ingeval van kunstmatige constructies fiscale faciliteiten kunnen worden geweigerd.
Bericht 13-05-2012 – deel 5
Hof Den Bosch (11/00451): dividendbelasting in strijd met EU-recht
Het Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat de inhouding van dividendbelasting door een Nederlandse vennootschap in strijd is met het EU-recht, indien deze dividend wordt uitgekeerd aan een buitenlandse beleggingsinstelling die niet belastingplichtig is in Nederland, en ook niet belastingplichtig is in diens staat van vestiging. Immers, indien het dividend zou zijn uitgekeerd aan een binnenlandse (Nederlandse) beleggingsinstelling, zou evenmin dividendbelasting zijn verschuldigd. Tegen deze uitspraak is beroep in cassatie aangetekend.
Bericht 13-05-2012 – deel 4
Arrest Cie vs. Estland (C-39/10): niet-woonstaat moet rekening houden met aftrekposten
De Europese Commissie (EC) heeft een infractieprocedure aangespannen tegen Estland naar aanleiding van een Est die naar Finland was geëmigreerd. Betrokkene genoot een Fins en een Ests pensioen. Het Estse pensioen was in Finland op grond van het belastingverdrag vrijgesteld van belastingheffing; in Estland was het pensioen wel belast. Over het resterende Finse pensioen was de facto geen Finse belasting verschuldigd, omdat het pensioen lager was dan de belastingvrije voet. Belanghebbende had een aftrekpost die ze in Finland niet effectief te gelde kon maken, omdat ze in Finland geen belasting was verschuldigd. Ze stelde zich op het standpunt, dat Estland haar in verband met de desbetreffende kosten een aftrekpost moest verlenen. Het HvJ heeft een aantal jaren geleden beslist, dat dit inderdaad mogelijk is mits ten minste 90% van het inkomen in de niet woonstaat wordt genoten. Daarvan was echter geen sprake. De EC heeft zelf ooit een vergelijkbaar standpunt ingenomen, maar daarbij de grens op 75% gesteld. Ook daaraan was in casu niet voldaan. Belanghebbende genoot namelijk ongeveer even veel Fins inkomen als Ests inkomen. Het HvJ oordeelde echter, dat in dit geval Estland met de aftrekpost toch rekening moest houden, omdat het inkomen in Finland te laag was om met de aftrekpost rekening te houden. Belanghebbende werd dus in het gelijk gesteld. Met name het laatste punt in deze procedure is bepaald een nieuwigheid, die behoorlijk wat problemen kan gaan opleveren.
Bericht 13-05-2012 – deel 3
Arrest Santander (C-338/11 e.v.): dividendbelasting in strijd met EU-recht
Het Hof van justitie heeft een belangrijk arrest gewezen inzake de Franse bronbelasting op dividenden. Frankrijk heft 25% dividendbelasting op uitgekeerde dividenden. In casu betrof het dividenden uitgekeerd aan een zogenoemde icbe, ofwel een beleggingsinstelling. Indien een dergelijk beleggingsinstelling in Frankrijk is gevestigd, is deze vrijgesteld van belastingheffing hetgeen tot gevolg heeft dat ook geen dividendbelasting behoeft te worden ingehouden op aan een dergelijke icbe uitgekeerde dividenden. Indien echter de icbe buiten Frankrijk is gevestigd, wordt wel 25% dividendbelasting ingehouden. Het HvJ heeft geoordeeld, dat dit onderscheid tussen dividenduitkeringen aan binnenlandse icbe’s en buitenlandse icbe’s, in strijd is met het EU-recht. Ook Nederlandse beleggingsinstellingen met aandelen in Franse vennootschappen kunnen van dit arrest profiteren. Indien de dividendbelasting in Frankrijk onherroepelijk vaststaat, heeft men geen recht meer op teruggave.
Bericht 13-05-2012 – deel 2
Arresten Mook c.s. (C-578-580/10): BPM in strijd met EU-recht
Het Hof van Justitie (HvJ) heeft in drie arresten een oordeel geveld over de heffing van de Nederlandse BPM. In casu hadden betrokkenen in de privésfeer kortstondig in Nederland gebruikgemaakt van een in België geregistreerde auto. Volgens de Nederlandse wetgeving leidt dat tot heffing van BPM. De inspecteur registreerde dat en hief volledige BPM over de waarde van de auto. Het HvJ heeft nu geoordeeld dat dit onterecht is. Er mag alleen BPM worden geheven als de auto hoofdzakelijk in Nederland wordt gebruikt, maar dat was in deze gevallen niet zo. Bovendien betrof het hier privégebruik en een geleende auto, en niet een gehuurde auto. Er mag volgens het HvJ wel BPM geheven worden, maar daarbij moet rekening worden gehouden met de duur van de aanwezigheid van de auto in Nederland. Nederland zal dus de BPM-wetgeving moeten aanpassen. Aannemelijk is dat in deze gevallen de naheffing geheel vervalt, gelet op het zeer kortstondige gebruik van de weg in Nederland.
Bericht 13-05-2012 – deel 1
Acties Europees Parlement (EP): tegengaan ontgaan belasting/fraude
Het EP heeft een resolutie aangenomen met de volgende strekking: de Europese Commissie (EC) wordt opgeroepen maatregelen te treffen om het ontgaan van belasting en fraude fors aan te pakken, in het bijzonder door een stelsel van automatische informatieuitwisseling tot stand te brengen, uitbreiding van de spaartegoedenrichtlijn te realiseren en brievenbusmaatschappijen aan te pakken. De EC heeft aangegeven dit op te pakken en in juli met voorstellen te komen.
Bericht 18-01-2012
Het Hof van Justitie heeft op 17 januari 2012 in de zaak Salemink (C-347/10) geoordeeld dat continentale platten van een lidstaat tot het grondgebied van een lidstaat van de EU behoren waarop het EU-recht van toepassing is. In casu betrof het een sociale zekerheidszaak. Nederland heeft onlangs dit ook expliciet bepaald in haar wetgeving. Dit arrest raakt echter de continentale platten van alle lidstaten.
Bericht 28-12-2011
Prejudiciële vragen derde landen
De Hoge Raad heeft op 23 december 2011 een tweetal arresten (nrs. 11/00453, BT1530 en 11/00483, BT1528) gewezen waarin het prejudiciële vragen heeft voorgelegd aan de Hoge Raad. De vragen gaan er in essentie om of de (voormalige) Nederlandse Antillen derde landen zijn in de zin van art. 63 VWEU. De vragen zijn in zoverre opmerkelijk dat de Hoge Raad de afgelopen twee jaar diverse arresten heeft gewezen over dezelfde problematiek zonder het stellen van prejudiciële vragen. Het is nog temeer opmerkelijk omdat het in die zaken en de onderhavige zaken om dezelfde problematiek gaat, namelijk de inhouding van dividendbelasting over dividenden uitgekeerd door een Nederlandse vennootschap aan een Antilliaanse moedervennootschap.
Bericht 21-12-2011
Feijenoordzaak
AG bij HvJ oordeelt in Feijenoordzaak dat Nederland terecht loonbelasting heeft mogen naheffen ten aanzien van aan buitenlandse voetbalclubs
betaalde gage. In deze zaak heeft Feijenoord geen loonbelasting ingehouden op de gages die zijn betaald een twee Engels voetbalclubs die in Rotterdam
vriendschappelijke wedstrijden kwamen spelen. Het is nu afwachten hoe het HvJ hier over denkt.
Bericht 18-12-2011
Voorkoming dubbel schenkings- en successierecht
De Europese Commissie (EC) heeft op 15 december 2011 een (re)commandation en een working paper gepubliceerd gericht op het voorkomen van internationaal dubbel schenkings- en successierecht. De EC dringt er bij de lidstaten op aan deze vorm van dubbele belasting ongedaan te maken en geeft aan op welke wijze dat bij voorkeur dient te geschieden. Het is aan de lidstaten daaraan uitvoering te geven. Zie voor de diverse stukken die de EC heeft gepubliceerd de volgende links:
Persbericht
(Re)commandation
Working_paper
Overige documenten
Bericht 29-11-2011
Exitheffing onder beperkte voorwaarden toegestaan
Het HvJ EU heeft op 29 november 2011 een belangrijk arrest gewezen inzake exitheffingen (National Grid Indus, nr. C-371/10). De zaak betrof een exitheffing die door Nederland wordt toegepast bij zetelverplaatsing van Nederlandse vennootschappen naar een ander land. In een dergelijk geval moet over de meerwaarden belasting worden betaald. De vraag is gerezen of deze fiscale eindafrekeningsbepaling in strijd is met het EU-recht. Het HvJ EU oordeelt dat het recht van de Europese Unie zich er in beginsel niet tegen verzet dat een heffing wordt opgelegd over de latente meerwaarden in de activa van een vennootschap wanneer zij haar feitelijke bestuurszetel verplaatst naar een andere lidstaat. De onmiddellijke invordering van de heffing op het moment waarop de vennootschap haar feitelijke bestuurszetel verplaatst, zonder dat de vennootschap de mogelijkheid wordt geboden om dit bedrag op een later tijdstip te betalen, is echter onverenigbaar met het recht van de Unie. Daarmee is de Nederlandse regeling in strijd met het EU-recht omdat deze een dergelijke uitstelfaciliteit niet kent.
Bericht 26-11-2011
De EC heeft op 24 november 2011 een nieuwe infractieprocedure gestart tegen Nederland. De EC is van oordeel dat Nederland voor de toepassing van de schenk- en erfbelasting monumentpanden die buiten Nederland zijn gelegen ten onrechte zwaarder belast dan monumentenpanden die in Nederland zijn gelegen. De laatsten zijn geheel of gedeeltelijk vrijgesteld, terwijl de eerste geheel zijn belast. Er is overigens ook reeds een procedure aanhangig waarin deze kwestie aan de orde is.
Bericht 25-11-2011
De EC heeft op 24 november twee infractieprocedures gestart tegen Nederland en België. De procedure tegen Nederland betreft de heffing van schenk- en erfbelasting ten aanzien van monumentenpanden. Indien de panden in Nederland zijn gelegen is een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van toepassing terwijl in het buitenland gelegen panden volledig worden belast. De EC acht dit in strijd met het EU-recht. De procedure tegen België betreft het feit dat wanneer bepaalde kapitaalinkomsten worden verkregen van buiten de EU/EER door tussenkomst van een buiten België wonende intermediair deze zwaarder worden belast dan wanneer deze worden verkregen door tussenkomst van een in België wonende intermediair. De EC acht dit in strijd met het EU-recht.
Bericht 16-11-2011
De Europese Commissie (EC) heeft op 11 november 2011 een Mededeling gepubliceerd over dubbele belasting (COM(2011)712final). De mededeling richt zich op voorkoming van dubbele belasting binnen de EU. Daarnaast heeft de EC eveneens op 11 november 2011 een voorstel gedaan voor aanpassing van de interest- en royaltyrichtlijn (COM(2011)714final) die vergezeld gaat van een zogenoemde impact assessment (SEC(2011)1332final). In deze concept wijziging van de richtlijn worden aanpassingen voorgesteld die zijn gericht op een verdere vermindering van mogelijk dubbele belasting ten aanzien van interest en royalties betaald tussen concernvennootschappen.
De grote kamer van het Hof van justitie (HvJ) heeft op 15 november 2011 twee belangrijke arresten (C-106//09 en C-107/09) gewezen inzake staatssteun: wanneer een belastingsysteem zodanig vorm is gegeven dat offshore vennootschappen belastingheffing kunnen voorkomen is dat aan te merken als staatssteun. In casu betreft het het fiscale stelsel van Gibraltar. Zie het persbericht van het HvJ nr. 120/11 van 15 november 2011.
Bericht 28-09-2011
Rechtbank Haarlem 14 september 2011, nr. 10/03865, BT2305 besliste dat het niet toestaan van een fiscale eenheid tussen een Nederlandse grootmoedervennootschap en een Nederlandse kleindochtervennootschap die wordt gehouden door een in een andere lidstaat gevestigde moedervennootschap in strijd is met het EU-recht. De rechtbank baseert zich daarbij met name op het arrest Papillon van het Hof van Justitie (HvJ 27 november 2008, C-418/07). Het is te verwachten dat tegen de uitspraak beroep wordt aangetekend.
Het vonnis kunt u vinden via deze link.
Bericht 11-09-2011
Op 8 september 2011 heeft AG Kokott een conclusie genomen ten aanzien van de Nederlandse eindafrekeningsbepaling (zaak C-371/10, National Grid Indus). De AG komt tot de conclusie dat een eindafrekeningsbepaling in de winstsfeer niet aanvaardbaar is indien de activa na de verplaatsing/emigratie goed kunnen worden gevolgd. In andere gevallen is eindafrekening aanvaardbaar. Ten aanzien van valutawinsten geldt dat de heffing daarvan bij emigratie gevallen pas mogelijk is bij realisatie van het resultaat. Overigens is ook ten aanzien van deze eindafrekeningsregeling inmiddels een infractieprocedure aanhangig tegen Nederland (zaak C-301/11).
Bericht 11-09-2011
Op 8 september 2011 heeft het HvJ beslist dat het continentaal plat van een lidstaat onder de reikwijdte van het EU-recht valt (zaak C-47/10; Salemink). Dit betekent in de concrete casus dat de belanghebbende – inwoner van Spanje en werkzaam op het Nederlandse continentale plat – onder de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving valt. Er is overigens ten aanzien van dit vraagstuk nog een infractieprocedure aanhangig tegen Nederland (zaak C-141/10). De relevantie van deze beide zaken is overigens beperkt doordat Nederland inmiddels haar sociale verzekeringswetgeving
heeft aangepast waardoor het Nederlandse continentaal plat volledig tot Nederland behoort.
Bericht 07-07-2011
De Europese Commissie heeft op 16 juni kenbaar gemaakt dat ze van mening is dat de weigering van een fiscale eenheid tussen in Nederland gevestigde zustervennootschappen met een gemeenschappelijke EU-moedermaatschappij in strijd is met EU-recht (IP/11/719).
Bericht 07-07-2011
Rechtbank Haarlem heeft op 9 juni 2011 beslist dat de weigering van fiscale eenheden tussen in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtervennootschappen met EU tussenhoudsters in strijd met EU-recht zijn.
